Het Kyotoprotocol was de eerste verdragen tussen landen om per land een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen op te leggen. Kyoto is voortgekomen uit het Raamverdrag van de VN inzake klimaatverandering, dat door bijna alle landen werd ondertekend tijdens de mega bijeenkomst van 1992, in de volksmond bekend als de Earth Summit.

De inhoud van het verdag

Het raamwerk belooft de concentraties van broeikasgassen te stabiliseren ‘op een niveau dat gevaarlijke menselijke handelingen in het klimaatsysteem gaat voorkomen’. Om die belofte in de praktijk te brengen, was een nieuw verdrag nodig, een met bindende doelstellingen voor broeikasgasreducties.

Dat verdrag werd in Kyoto, in 1997, na jarenlange onderhandelingen gesloten en trad in 2005 in werking. Bijna alle landen hebben het verdrag nu geratificeerd, met uitzondering van de Verenigde Staten. Ontwikkelingslanden, waaronder China en India, hadden geen mandaat om de uitstoot te verminderen, aangezien ze een relatief klein aandeel hadden bijgedragen aan CO2-toename.

Onder Kyoto beloofden de geïndustrialiseerde landen hun jaarlijkse uitstoot van koolstof, zoals gemeten in zes broeikasgassen, tegen 2012 met variërende hoeveelheden van gemiddeld 5,2% te verminderen ten opzichte van 1990. Dat komt neer op een verlaging van 29% in de waarden die anders zouden zijn heeft plaatsgevonden.

Is het gelukt?

Het protocol werd echter pas halverwege de periode 1990–2012 internationaal recht. Op dat moment was de wereldwijde uitstoot helaas al aanzienlijk gestegen. Sommige landen en regio’s, waaronder de Europese Unie, waren in 2011 op schema om hun Kyoto-doelstellingen te bereiken of te overtreffen, maar andere grote landen liepen tekort.

En de twee grootste vervuilers van allemaal – de Verenigde Staten en China – hebben meer dan genoeg extra broeikasgassen uitgestoten om alle reducties van andere landen tijdens de Kyoto-periode te wissen. Wereldwijd steeg de uitstoot met bijna 40% van 1990 tot 2009, volgens het Planbureau voor de Leefomgeving. Je kan met recht stellen dat het Kyotoprotocol de juiste toon zet, maar degene die het meest moeten luisteren dat niet doen.

Nieuwe geluiden

Hoewel het idee van een uitstootquotum per hoofd van de bevolking sommigen zal aanspreken, zijn veel ontwikkelingslanden die willen dat het Kyotoprotocol moet worden voortgezet, omdat het als enige internationale verdrag de rijke landen verplicht om hun broeikasgasemissies te verminderen. Samen met groene campagnegroepen willen ze ook dat elke nieuwe overeenkomst een volledig juridisch bindend verdrag wordt – geen vrijwillig systeem dat landen kunnen aangaan als ze dat willen en op basis waarvan ze op elk moment van gedachten kunnen veranderen.

Want er zijn al twee grote landen die dat doen, namelijk de VS en China. In 2011 trok Canada zich terug uit het Kyotoprotocol, dus uiteindelijk zijn deze twee landen niet de enige die zich hebben bedacht. Het toepassingsgebied van het Kyotoprotocol werd in 2012 uitgebreid door de Doha-overeenkomst. Nog belangrijker is dat de overeenkomst van Parijs werd in 2015 bereikt en bracht Canada en de VS terug in de internationale strijd om klimaatverandering tegen te gaan.

Actie en dan wel nu

Veel wetenschappers schatten dat tegen het jaar 2100 de gemiddelde mondiale temperatuur met 1,4 graden tot 5,8 graden Celsius zal stijgen. Deze toename betekent een aanzienlijke versnelling van de opwarming van de aarde. In de 20e eeuw bijvoorbeeld, steeg de gemiddelde mondiale temperatuur slechts 0,6 graden Celsius.

Deze versnelling in de opbouw van broeikasgassen en de opwarming van de aarde wordt toegeschreven aan twee belangrijke factoren: het cumulatieve effect van 150 jaar wereldwijde industrialisatie en factoren zoals overbevolking en ontbossing in combinatie met meer fabrieken, voertuigen op gas en machines wereldwijd. Kyotoprotocol of niet, wij moeten nu actie ondernemen om deze trend tegen te gaan.